Sokkel van lood

Nieuwe tak van sport

Na 5 jaar interim managen ben ik  nieuwe wegen ingeslagen.
Nieuwe wegen opgaan levert weer nieuwe kennis en ervaringen op. Soms meer kennis, een andere keer meer ervaring.
Een van mijn nieuwe wegen is nu de kunstenaar in mij te wekken en verder te ontwikkelen.

Ik ben meer een mens van al doende leren dan van een lange officiële opleiding doen. Cursussen volgen is vaak een mooie middenweg. Meekijken en -werken met meesters in het vak bevalt me het beste.
Nu volg ik vaak de weg met vallen en opstaan en onderga ik ook, wat ik tijdens mijn managementperiode steeds wilde vermijden, het op nieuw uitvinden van het wiel.
Alles is nu voor mij nieuw en alle beginnersfouten worden gemaakt op mijn beeldhouw- en schilderweg.

Ik kan al, met een glimlach, een beetje achterom kijken.
Waarover heb ik mij verbaasd bij het ontwikkelen van het beeldhouwen? Het gaat mij hier nu om de zaken die niet, dacht ik, met het beeldhouwen zelf te maken hebben, maar met de randvoorwaarden. Zoals bijvoorbeeld sokkels.
Ik heb vooral mijn tijd besteed aan het beeldhouwen zelf  en nu staan mijn beelden op zelf gezaagde en geverfde grenen houten sokkels of op ijzeren ronde platen (Luc Willems/Creapoelka) en de grootste staat op een hardhouten blok. Maar dat is het toch niet helemaal.
Dan toch ook investeren in de sokkels en een rol lood kopen met bijbehorende schaar en een houten sokkel daarmee bekleden.
Ik ben er niet tevreden over. Vooral niet omdat ik het lood knippen, vouwen en aanhameren geen prettig werk vind (scherpe randen, hoe giftig is het).

Een sokkel mag het beeld uitdagen, liever heb ik dat het beeld er door ondersteund wordt en daardoor beter tot zijn recht komt.

Ik ben er nog niet uit.
Een ander voorbeeld.
Drie van mijn beelden staan nu ter beoordeling bij Galerie van Rijsingen. Aan de ene kant geeft mij dat een zeer prettig gevoel: mijn werk wordt gewaardeerd en daarnaast komt de vraag op hoe alles nu eigenlijk verder gaat? Beoordeeld worden, in consignatie geven? Waar wil ik op letten, waar kan ik aan denken, welke risico’s loop ik?

Nieuw gevoel, mijn beelden in andere handen.

De schilderweg.
Het is prettig werken op linnenpapier. Ophangen blijkt lastiger.
Mijn eerste twee XL schilderijen werden gekleefd op dibond en na een paar weken lieten ze langs de randen los. “Zon”, in bruikleen bij Ced Mens , kwam zelfs helemaal los van het dibond. Die wilde ik op nieuw in laten lijsten.
Ik ging in onderhandeling met de lijstenmakerij  over de vraag wat ik had mogen  verwachten van de bevestiging op dibond en over de schadevergoeding.
Dat bleek lastiger te zijn dan onderhandelen over budgetten en andere managementzaken. Vermoedelijk omdat ik nog zo verbonden ben met mijn schilderijen

wat van waarde is, is kwetsbaar

én omdat ik onderhandelde met een echte 1. Oftewel iemand met  meer dominantie dan ik.
Hoe ging dat ook al weer met de Roos van Leary. Welke handgrepen had ik al geleerd bij onderhandelen met iemand in het kwadrant van Boven-Tegen en in de omgang met mijn allergie daarbij (Kernkwadranten)?
In ieder geval is “Zon”  nu traditioneel ingelijst en wacht ik tot “Droom” helemaal losgekomen is.
Lijkt het er nu op dat ik schilder om de lijstenmakerijen te laten verdienen? Of is het voldoende de schilderijen met grote metalen papierknijpers aan houten latten op te hangen?

Schilderijen in bruikleen geven of verhuren of tentoonstellen – nog meer nieuwe mogelijkheden…..

Bewaren