Onderweg naar Den Bosch

Het verhaal van Zon – einde

>> Lees hier hoe het verhaal begon >>

En toch en toch en toch merkte Zon op een dag dat zij verdrietig en verdrietiger en steeds verdrietiger werd. Het ging niet meer over. wat was er toch aan de hand?
Het werk werd gedaan, er was tijd voor rust én om te feesten.
Er was tijd voor ontmoetingen en voor gesprek.
En toch en toch en toch…
Het leek wel of, of …, of …
het werk, de hulp van Zon niet meer nodig waren.
En stilaan werd Zon onrustig en tenslotte kribbig en nog verdrietiger.

“Hier kon zij niets meer leren en niets meer betekenen!”

Maar het was hier zo fijn. En gezellig.
En zij was nog zo jong. En de wereld was zo groot. En ze was toch nog niet uitgeleerd?
En de mensen dan? En de goede gesprekken? En het leuke werk?
Maar ík dan? en de wéreld?

Maar, maar, maar, maaaarrrr…?

Gelukkig! Daar daalde uit de grote , wijde, heldere blauwe hemel een kleine witte vogel op de schouder van Zon.
Vogel pikte Zon eens in haar oor, trok eens aan haar haren en fluisterde iets in Zon haar oor.
En nog een keer en nog iets en nog een keer en nog iets.

Zon keek om haar heen, wiebelde van haar ene been op haar andere. Deed een stap voorwaarts en toen weer terug.
Maar tenslotte ging Zon weg, op weg,  echt weg.
Eerst langzaam, met kleine pasjes en oh zo verdrietig.
En als zij zich omdraaide en omkeek wilde zij weer teruglopen.
Maar Vogel hield vol en hielp op weg. Groter, steeds groter werden de stappen over het land en om het land  en groter, steeds groter de kringen…

“Kijk, dáár gaat ze: steeds verder op weg, steeds wijder worden de cirkels. De zon tegemoet.”

Zon - schilderij - copyright Irka Stachiw

Zon – schilderij – copyright Irka Stachiw

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren